Verslag Oegstgeest – Fischer Z

Zoals Ed Noordijk al opmerkte kon hij helaas niet aanwezig zijn bij de eerste wedstrijd van dit nieuwe seizoen. Daarom mocht ik debuteren als wedstrijdleider bij het eerste.

Vooraf waren de teams op papier gewaagd aan elkaar. Qua ELO had Fischer Z misschien licht een voordeel, maar Oegstgeest had het overwicht op de hoogste borden. Daarmee was het strijdplan duidelijk: punten pakken aan de hogere borden en keepen aan de lagere borden. Dat is de eerste wedstrijd prima gelukt met een 5 – 3 overwinning:

Bert was helaas al vroeg in de verdrukking gekomen. Vanuit een Siciliaan had hij met wit zijn pion op laten rukken tot a5 waar deze al snel zwak werd. Bert verloor daarmee een pion zonder compensatie. Tot overmaat van ramp kreeg zijn tegenstander druk tegen het veld f2 en was er voor wit geen houden meer aan: 0 – 1 tussenstand.

De tegenstander van Nebosja speelde een London systeem waarin hij ultra-solide leek te staan. Nebosja nam de tijd om zijn lopers op e7 en e8 op te stellen om een pionnenstorm op de damevleugel te ondersteunen. Na dat offensief bracht hij de “gebroeders Loper” naar b5 en b4 waar ze de lucht voor wit dermate afsneden dat Nebosja een kwaliteit leek te winnen. Alhoewel, toen ik een minuutje of wat later nog eens keek had Nebosja gekozen voor het winnen van een pion in plaats van een kwaliteit. Daarmee waren het 5 gezonde pionnen tegen 4 zwakke pionnen. Een paar minuten later hoorde ik tot mijn verbazing de tegenstander van Nebosja al uitroepen: “Mooi uitgespeeld!” en daarmee was de tussenstand 1 – 1.

De volgende die klaar was, was Ed. Zijn tegenstander had een sterk centrum van pionnen opgezet dat hij naar voren joeg. Als Ed dat zou overleven had hij de pionnenmeerderheid op de damevleugel. Maar ja, in een Siciliaan het eindspel halen….. Ed werd overlopen door centrumpionnen, zijn stelling implodeerde en hij moest opgeven: tussenstand 1 – 2.

Fred mocht tegen een geïsoleerde pion op d5 spelen. Zijn tegenstander leek wel wat compensatie te hebben in de vorm van een mooi loperpaar. Dat werd echter opgegeven om Fred een pion op d4 te bezorgen. Fred leek in de symmetrische stelling nog iets beter te staan, maar uiteindelijk werd het toreneindspel toch remise: tussenstand 1,5 – 2,5.

Gert-Michiel speelde tegen Ivo Timmermans, een speler die volgens de website van de schaakbond bij Caïssa staat ingeschreven en (nog?) niet bij Fischer Z. De damevleugel diende als strijdtoneel in de partij. GM besloot heel zijn leger daar naartoe te sturen. De tegenstander leek wat actiever te staan en ging op beide vleugels actie ondernemen. In een zeer scherpe stelling was het plots GM die een kwaliteit won en zijn tegenstander gaf gedesillusioneerd op. Daarmee bracht Gert-Michiel de stand weer in evenwicht: 2,5 – 2,5.

Wilfried had na de opening wat gedrongen gestaan. Een loper op a1, paard op g1, koning op h1, dat werk. Zijn tegenstander zette Wilfried vast en bracht steeds meer materiaal ter plaatse om de beslissende klap uit te delen. Tenminste, dat leek toch niet uit te kunnen blijven, want Wilfried leek verloren te staan. Maar toen dat wat langer duurde bood Wilfried plotseling in slechtere stelling remise aan. Zijn tegenstander sloeg dat (terecht) af maar vond niet de beste voortzettingen meer. Een paar zetten later stond het wel ongeveer gelijk en bood Wilfried wederom remise aan. En dan moet je, zo weet ik uit eigen ervaring, beter maar accepteren. Maar de tegenstander kende Wilfried waarschijnlijk niet, sloeg de remise af, deed één of twee slechte zetten en kon opgeven na een mooie combinatie van Wilfried, waarbij zijn dame vanuit a1 naar h8 kwam binnenvallen en een toren op h1 in bleef staan. Daarmee kwam Oegstgeest voor het eerst op voorsprong: 3,5 – 2,5.

Evert mocht zich met zwart tegen het Schots verweren en leek dat goed voorbereid te hebben. Met zetten als h5 en een pionnenstorm op de damevleugel werd het een zeer open strijd. Optisch leek Evert wel kwetsbaar op de zwarte velden, maar zijn tegenstander koos voor een enorme afruil van stukken. Daarna probeerde Evert te bewijzen dat zijn loperpaar beter was dan het paardenpaar van de tegenstander. Uiteindelijk werd het zelfs koning tegen koning voordat Evert in de remise berustte: tussenstand 4 – 3.

Prettig was dat Joop al tijden goed stond. Na een Trompovsky kwam de tegenstander van Joop terecht in een moderne verdediging maar met een tempo minder. Joop wist goed hoe dat uit te buiten was en de opening was dan ook een mooie les voor me. Joop drukte iedere tegenstand op de damevleugel de kop in met a2 – a4 – a5. Zwart probeerde zich te ontworstelen uit zijn benarde positie, maar dat lukte niet helemaal. Joop gaf eerst een pion op voor meer activiteit. Zijn tegenstander dacht lopers te ruilen, maar Joop liet die van hem instaan. De tegenstander dacht vrij kort na en sloeg die loper, waarna hij zijn dame moest geven voor een toren. Qua tijdgebruik had Joop ook nog “iets” meer over: na een zet of 20 had Joop nog 1 uur en 18 minuten over en zijn tegenstander welgeteld 7 minuten. Maar toch kreeg de tegenstander nog veel activiteit met zijn twee torens op de tweede rij. Na een tijd leek het voor mij of Joop in een remise zou moeten berusten, maar hij bleef doordrukken. En met succes want met zijn winst bracht hij de eindstand op de borden: 5 – 3!

De gedetailleerde uitslag:

   Oegstgeest '80       2040	- Fischer Z        	2102    5  - 3
----------------------------------------------------------------------
1. IM Nebojsa Nikolic   2325	- Casper Blaauw      	2184    1  - 0
2. IM Fred Slingerland  2313	- Roland Verdonk     	2243    ½  - ½
3. Gert-Michiel de Niet 2084	- Ivo Timmermans     	2144    1  - 0
4. Joop Piket           2077	- Herman Neufeglise  	2048    1  - 0
5. Evert Leeuwenburgh   2013	- Jos Teeuwen        	2044    ½  - ½
6. Wilfried Binnendijk  1833	- Maarten Veldt      	2091    1  - 0
7. Ed Wagemans          1840	- Frans Smit         	1997    0  - 1
8. Bert van Brussel     1832	- Niels Bouton       	2066    0  - 1

Geert van der Wulp